Voorzijde VoorbeeldpaginaVoorbeeldpagina

'...gereet en gekleet naar hun staat'

Historie en ontwikkeling van de klederdracht van Bunschoten, Spakenburg en Eemdijk.

Hoofdstukken:

  1. Het ontstaan van de dracht
    1. De achttiende eeuw
      1. De mannenkleding
      2. De vrouwenkleding
    2. De eerste helft van de negentiende eeuw
  2. De ontwikkeling van de dracht na 1850
    1. Mannenkleding
      1. Boeren rond 1850
      2. Vissers rond 1850
      3. Boeren rond 1900
      4. Vissers rond 1900
      5. Het verdwijnen van de mannendracht
    2. Kinderkleding
      1. Het eerste levensjaar
      2. Van 1 tot 4 jaar
      3. Van 4 tot 14 jaar
    3. Vrouwenkleding
      1. Het jak
      2. De kraplap en de rode doek
      3. De schort
      4. De hoofdtooi
      5. Het kostuum als geheel
      6. Sieraden
  3. De huidige dracht
    1. Uit de rouw
    2. Rouwkleding
    3. Gelegenheidskleding
  4. Stoffen
  5. De enquete van 1989
  6. Enkele interviews
  7. Samenvatting
    English summary and list of illustrations
  8. Lijst van begrippen
Auteur: Fea Lamers-Nieuwenhuis
Jaar: 1991
Pagina's: 144
ISBN: 90-71084-10-8
Prijs: zie webwinkel

Beschrijving:

Dit boek is bedoeld voor iedereen die iets weten wil over de klederdracht van Bunschoten, Spakenburg en Eemdijk.

Het boek heeft de bedoeling om, naast een beschrijving van de huidige dracht, ook een beeld te geven van de historische ontwikkeling er van. Daarnaast wordt ingegaan op de motivatie voor het afleggen van de dracht zoals die gedistilleerd kan worden uit de gegevens die in 1989 zijn verzameld door middel van een enquête.

Het verdwijnen van de klederdracht zal, ook in Bunschoten, Spakenburg en Eemdijk, niet voorkomen kunnen worden. De jongste draagster is thans (we schrijven 1991) 40 jaar, tamelijk jong weliswaar veregeleken met de leeftijd van de jongste draagsters in andere plaatsen, maar van de jongeren is er niemand meer die er nog voor voelt de dracht als dagelijks kostuum te dragen. Toch zal nog lang het kostuum als uiting van verbondenheid met de eigen plaats blijven bestaan. En juist daarom is het van belang dat ook kleine details, die nu nog hun betekenis hebben voor de klederdrachtdraagsters, op schrift zijn gesteld.

Al deze details vormen samen een soort beeldtaal, waarmee de draagsters dingen over zichzelf kunnen vertellen. Door ze vast te leggen zal men ook in de toekomst de taal van de kleding uit het eigen verleden kunnen verstaan en begrijpen.