Als eerste willen onze dank uitspreken aan drukkerij de Bunschoter, die ook dit jaar weer als sponsor van het eerste nummer van Bun Historiael optreedt.
Van de leden die een machtiging afgegeven hebben, zal de contributie voor het jaar 2012 in februari automatisch geincasseerd worden. De overige leden krijgen een acceptgiro bij dit 1e nummer van Bun Historiael van 2012.
We zijn al enige tijd bezig met een boek van Everett VandeBeek: To lie in green pastures. Deze beschrijft daarin de lotgevallen van de familie van Jan Duyst, die in 1910 naar Chili emigreerde en uiteindelijk in Hanford (Californië) terechtkwam. In het boek wordt ook aandacht besteed aan de familie van Jan Zijl, die eveneens naar Chili emigreerde en daar bleef. Op initiatief van Jan Kok, zoon van Wouter Kok, de voormalige politieagent van Urk, is het boek inmiddels vertaald in het Nederlands. Mevrouw van de Eshof heeft contact gelegd met de Spaanstalige nazaten van Jan Zijl om aan de weet te komen hoe het de familie Zijl in Chili vergaan is. Wij hopen op die manier ook de laatste gegevens over hen te kunnen publiceren. Mochten er onder ons lezers zijn, die foto’s en/of brieven van Jan Duyst en diens nazaten of van Jan Zijl bezitten, dan zouden ze ons een groot genoegen doen om ons daarvan op de hoogte te brengen. We kunnen die dan in de op handen zijnde publicatie meenemen.
We hebben een mooi blad, zowel qua uitvoering als qua inhoud. En er is veel belangstelling voor het blad. Maar het moet wel een keer of vijf per jaar bij de leden bezorgd worden. We zijn dringend verlegen om een aantal mensen, die deze taak op zich willen nemen. U kunt dat doen door contact op te nemen met de secretaris of met de voorzitter.
De puzzel in de vorige aflevering van ons blad was bepaald niet gemakkelijk. Ik moet bekennen, dat mij bleek, dat ik vele dialectwoorden niet kende. Woorden als démander, dórenen, everdâs, fârremetuten, grâzzelet, hâbberdoedâs, hesseg, iepes, pullepetaot, rabblement, sjeng delezéren, stroven en versiezen behoren niet tot mijn dagelijkse dialectwoordenschat. En dat maakt een mens toch klein. Het doet je in elk geval beseffen, dat ons kennen onvolkomen is....
Peter Koelewijn begint een serie over
Overstromingen en watersnoden aan
de Zuidwal van de Zuiderzee. Voor wie
mocht denken, dat de overstroming van
1916 de vloed der vloeden was, is dit alles
bijzonder leerzaam. Interessant zijn de eerste
Allerheiligenvloed van 1170, waarbij de
Zuiderzee ontstaat, de Sint-Nicolaasvloed
van 1196, die zorgt voor een daling van
het waterpeil van de Zuiderzee met enkele
decimeters en de overstromingen van
1212, 1214 en 1219, die de definitieve
omvang van de Zuiderzee bepaald hebben.
Kortom, dit smaakt naar meer!
Bort Zwaan publiceert zijn eerste bijdrage
in de rubriek Van wee is tat d’r één...? Op
zijn geheel eigen wijze doet hij verslag van
de resultaten van de opgave in het vorige
nummer en vraagt aan de hand van een
aantal nieuwe foto’s de medewerking van
onze leden.
Evert ter Haar heeft uit de oude kranten
weer allerlei berichten over Bunschoten opgedoken en weet die te verbinden met
allerlei wetenswaardigheden. Zo vertelt
hij naar aanleiding van een aanbesteding
van 800 kuub keien voor de dijk bij Spakenburg
in 1741, welke families zich hier
net hebben gevestigd en welke er in de
jaren daarna kwamen. En bij een bericht
uit 1772, waarin staat dat vissers uit Spakenburg
op de Knar een pas getimmerde
boot gevonden hebben, vermeldt hij achter
de namen van de vinders waar we hen
kunnen vinden in het boek van Putman:
Van wee bin jie d’r één. Verder zijn er nog
twee berichten over drenkelingen en een
bericht over de verkoping in 1780 van de
scheepstimmerwerf in Spakenburg door de
weduwe van Hendrikus Huijgen aan Willem
Petersz Coelewijn. En hij besluit zijn
berichten met een artikeltje uit 1842: de
gebroeders Evert en Meindert Malestein
hebben schipper Drijfhout gered, waarvoor
ze beloond worden door koning Willem II.
Jan Bos Lzn, voorzitter